Een workflow is het traject dat een proces doorloopt, getekend op een canvas. Elke kaart op het canvas is een node die één ding doet (een e-mail sturen, wachten, een voorwaarde controleren). De lijnen ertussen (edges) bepalen welke uitkomst naar welke volgende stap leidt. Workflows vervangen de klassieke flows.
De bouwstenen
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| Canvas | Het tekenvlak waarop je de workflow bouwt |
| Node | Eén stap: een kaart met een titel en instellingen |
| Ingang | De aansluiting links op een node; elke node heeft er één |
| Poort (uitgang) | Een aansluiting rechts op een node, met een label dat de uitkomst benoemt, bijvoorbeeld "betaald" of "geen reactie na 7 dagen" |
| Edge | De lijn van een poort naar de ingang van een volgende node |
| Startpunt | Waar elk proces begint |
| Proces (run) | De uitvoering van de workflow voor één proces |
Hoe een proces door een workflow reist
- Een proces start bij het startpunt, bijvoorbeeld direct na aanlevering.
- Elke node voert zijn handeling uit en activeert een of meer poorten.
- Via de edge aan die poort gaat het proces naar de volgende node.
- Dat gaat door tot er geen volgende node meer is, het proces betaald is, of een node het proces beëindigt (bijvoorbeeld Switch workflow).
Meerdere paden tegelijk
Een berichtnode meldt direct Uitgevoerd en laat dat pad doorlopen, terwijl de uitkomsten (betaald, geen reactie, niet verzonden) later alsnog kunnen afgaan. Een proces kan dus meerdere paden tegelijk bewandelen. Om dat beheersbaar te houden, kan een poort de andere poorten van dezelfde node dempen: gaat "betaald" af, dan doet "geen reactie" niets meer. Zie Nodes en poorten.
Gebeurtenissen buiten het canvas
Een betaling, een bounce of een gewijzigde status gebeurt buiten het canvas. Het systeem vangt zulke gebeurtenissen op en laat de juiste poort afgaan. Zo reageert een workflow op wat er echt gebeurt, niet alleen op het verstrijken van tijd.
Variabelen overal
Elk invoerveld in een node accepteert naast een vaste waarde ook een variabele van het proces, bijvoorbeeld het bedrag, de taal of een vrije variabele uit je aanlevering. Zie Variabelen in workflows.
Test en productie
Workflows bouw je in de testomgeving. Publiceren zet een versie naar productie; je kunt terugvallen op een eerdere versie. Zie Workflow publiceren en versies.
Workflow versus klassieke flow
| Klassieke flow | Workflow | |
|---|---|---|
| Vorm | Lijst van stappen met een terugvalkolom | Canvas met nodes, poorten en edges |
| Uitkomsten | Aparte stappen en controles | Poorten op de node zelf |
| Paden | Eén pad tegelijk | Meerdere paden tegelijk |
| Wijzigen | In de oude portal | In de nieuwe portal, in de testomgeving |
| Logica | Veel specifieke stappen | Twaalf kernnodes, waaronder Logica en Rekenen |
Bestaande klassieke flows blijven draaien tot ze zijn gemigreerd. Zie Klassieke flows migreren.
