Een workflow leeft in test en productie tegelijk, maar bewerken kan alleen in test. Met Publiceren zet je de huidige testversie als nieuwe versie in productie. Eerdere versies blijven bewaard; je kunt terugvallen op een eerdere versie.
Zo publiceer je
- Open de workflow in de testomgeving, sla je wijzigingen op en controleer dat er geen validatiefouten zijn. Publiceren is uitgeschakeld zolang de editor niet-opgeslagen wijzigingen heeft.
- Klik op Publiceren. Je publiceert de versie die in de editor openstaat.
- Kies de omgeving waarnaar je publiceert. Is er maar één doel, dan is die al gekozen. Bij elke omgeving zie je welke versie daar nu live staat, of dat er nog niets is gepubliceerd.
- Controleer het overzicht van wijzigingen en bevestig. De nieuwe versie krijgt een volgnummer.
Omgevingsgebonden instellingen (templates, takenlijsten, labels, regelingsprofielen) worden bij het publiceren vertaald naar de tegenhangers in productie. Ontbreekt een tegenhanger, dan meldt de portal dat vóór het publiceren.
Lopende processen
Processen die nog lopen als je publiceert, lopen gewoon door. Je kiest bij het publiceren geen strategie voor lopende processen.
Terugvallen
- Open de workflow en kies Versies.
- Open een eerdere versie en klik op Publiceren. De eerdere versie wordt opnieuw de actieve versie; de tussenliggende versie blijft bewaard.
Goed om te weten
- Een workflow die nooit is gepubliceerd, bestaat alleen in test en kan in productie niet gekozen worden (ook niet als startworkflow).
- Een wijziging in test is pas zichtbaar in productie na publiceren. Vergeet dat niet na een kleine aanpassing.
- Workflows met actieve processen blijven aanpasbaar; test een wijziging altijd eerst met een paar processen.
- Publiceren is niet beschikbaar als er geen omgeving is om naar te publiceren.
