Een proces komt op drie manieren in een workflow: bij het aanleveren (bestand of API) geef je de workflow op, je laat de startworkflow van de omgeving het bepalen, of je start een workflow handmatig vanaf de klantkaart.
Bij aanlevering met een bestand
- Ga naar Verzenden > Processen aanleveren.
- Kies het bestand en de bestandsmapping.
- Kies de workflow (in productie alleen gepubliceerde workflows). Laat je dit leeg, dan geldt de startworkflow.
- Kies de startdatum en -tijd en eventueel een batchnaam, en verwerk het bestand. Zie Processen aanleveren met een bestand.
Via de API
Geef bij het aanmaken van een proces het veld workflow_id mee. Geef je flow_id mee, dan start een klassieke flow; beide tegelijk is niet toegestaan. Geen van beide mag alleen als de omgeving een startworkflow (of startflow) heeft. Zie API v3.
Vanaf de klantkaart
- Open de klantkaart, tabblad Processen.
- Kies bij een proces zonder lopend proces Workflow starten, of bij een lopend proces Switchen.
- Kies de workflow en bevestig.
Startworkflow
De startworkflow is de standaard voor processen zonder opgegeven workflow. Je herkent hem aan de ster in het workflow-overzicht. Een omgeving heeft er maximaal één; in productie moet het een gepubliceerde workflow zijn. Zie Workflow-instellingen.
Goed om te weten
- Processen die al in een proces zitten, start je niet opnieuw; gebruik Switchen.
- Je kunt ook een klassieke flow laten overstappen naar een workflow met de klassieke flowstap "Switch naar workflow". Zie Klassieke flows migreren.
- De eerste node van een workflow wordt direct na de start uitgevoerd, binnen de verzendtijden van de omgeving.
